Het Gekwetste Gewest

STUKKEN
ACTOREN
WETGEVING
ARCHIEFSCHEMA

situering
partners
ruimerproject
methodologie
bibliografie
contact
25-05-1920
Scheidsrechterlijke Commissie

'Koninklijk besluit houdende inrichting van scheidsrechterlijke kommissiën bij de rechtbanken voor oorlogsschade' - Belgisch Staatsblad, 29/05/1920, blz. 4092-4094

SITUERING:
Dit besluit regelde de oprichting van Scheidsrechterlijke Commissies bij de Rechtbanken voor Oorlogsschade om de aanvragen voor vaststelling en raming van oorlogsschade in de getroffen gemeenten vlotter te doen verlopen. De instelling ervan was al voorzien in de wet van 25/04/1920.
Op een zitting van de Scheidsrechterlijke Commissie waren naast de commissieleden en de geteisterde ook de hoofdstaatscommissaris of een staatscommissaris, een griffier, een afgevaardigde van een vennootschap voor oorlogsschade en de burgemeester van de gemeente in kwestie aanwezig (zie art. 6 en 7). Als de geteisterde en de staatscommissaris het niet eens werden, maakte de griffier de eisen over aan de Rechtbank, bekleed met het advies van de commissie (zie art. 9). De commissie kon ook worden opgevorderd om haar medewerking te verlenen aan de Rechtbank of om ter plaatse een onderzoek in te stellen en getuigen te horen (zie art. 10).


SELECTIE VAN RELEVANTE ARTIKELS:
Art. 1: Ter uitvoering van artikel 45 van de wet van 25 april 1920 worden er commissies van scheidsrechters ingesteld om (…) zich binnen de hierna bepaalde grenzen bezig te houden met de schade waarvan het herstel door de wet van 10 mei 1919 wordt voorzien.

Art. 2: De Minister van Staathuishoudkundige Zaken bepaalt in welke arrondissementen deze commissies werkzaam zullen zijn, het aantal, de plaats waar ze zullen zetelen, de uitgestrektheid van het gebied en de duur van elke verrichting.

Art. 3: Elke commissie bestaat uit een voorzitter en vier leden, verkozen door de voorzitter van de rechtbank voor oorlogsschade van het arrondissement uit een dubbele lijst van kandidaten, voorgedragen door de hoofd[staats]commissaris. (…)

Art. 4-5

Art. 6: De voorzitter van de scheidsrechterlijke commissie roept de commissie bijeen op vordering van de hoofd[staats]commissaris. (…)
De hoofd[staats]commissaris betekent de vordering aan de burgemeester van de gemeente waar de commissie haar werkzaamheden moet verrichten en verzoekt hem aanwezig te zijn of zich te laten vertegenwoordigen.
De geteisterden en de afgevaardigde van de door de regering aangenomen samenwerkende vennootschap van geteisterden worden door de hoofd[staats]commissaris opgeroepen.

Art. 7: (…)
De commissie kan niet geldig zetelen als de hoofd[staats]commissaris of de door hem afgevaardigde staatscommissaris niet aanwezig is.

Art. 8

Art. 9: (…) De griffier maakt het proces-verbaal van de zitting op, neemt akte van de door de getuigen afgelegde getuigenissen en stelt de aan de rechtbank te richten eisen op, als de partijen het niet eens zijn geworden.
Deze eisen worden ondertekend door de voorzitter en de griffier en daarna aan de hoofd[staats]commissaris overgemaakt. Ze vermelden het advies van elk commissielid, als die het niet eens zijn.

Art. 10: De scheidsrechterlijke commissie kan door de hoofd[staats]commissaris of de staatscommissaris worden opgevorderd om haar medewerking te verlenen aan de rechtbank voor oorlogsschade of de rechter in kortgeding. Ze kan ook tot een plaatsschouwing of een deskundig onderzoek overgaan en alle personen horen, die ze in staat acht haar te helpen bij het vaststellen van de werkelijkheid of de gewichtigheid van de schade of bij de raming.

Art. 11-12

Art. 13: Dit besluit zal van kracht worden met ingang van 1 juni 1920.

Art. 14: De Minister van Staathuishoudkundige Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.


stukken die met deze wet in verband staan

'Besluit van Scheidsrechterlijke Kommissie' 07-07-1923