Het Gekwetste Gewest

STUKKEN
ACTOREN
WETGEVING
ARCHIEFSCHEMA

situering
partners
ruimerproject
methodologie
bibliografie
contact
11-07-1919
Voorschotten voor oorlogsschade

Koninklijke besluiten op de voorschotten voor oorlogsschade
11 en 12/07/1919 - Belgisch Staatsblad, 16/07/1919, blz. 3312-3313

SITUERING:
Deze koninklijke besluiten waren aanvullingen op de wet van 24/02/1919 en het besluit van 9/04/1919.
Het besluit van 11/07/1919 behandelde de aflevering van titels op naam die een voorschot vertegenwoordigden op de latere vergoeding voor oorlogsschade door de Rechtbank voor Oorlogsschade. De aflevering gebeurde in naam van de Minister van Staathuishoudkundige Zaken door het Beheer van de Thesaurie en de Openbare Schuld (zie A, art. 1). De titel bracht een interest op van 5 % te beginnen vanaf 1/01/1920 (zie A, art. 3). Wie het voorschot aanvaardde, verbond zich ertoe zich te houden aan ‘de wederbelegging’, wat wil zeggen dat de geteisterde het bedrag alleen mocht besteden aan het herstel van datgene waarvoor het voorschot was aangevraagd (zie A, art. 2).
Het besluit van 12/07/1919 bepaalde dat erkende Samenwerkende Vennootschappen voor Oorlogsschade voortaan tussenpersoon mochten spelen tussen de geteisterde en het Ministerie van Staathuishoudkundige Zaken. De vennootschappen mochten voorschotten verlenen die maximaal 70 % bedroegen van de waarde van het goed op 1/08/1914.  (zie B, art. 1)
Het maximumbedrag van 10 000 frank per geteisterde, zoals voorzien in het besluit van 9/04/1919, was voortaan enkel nog van toepassing op de aanvragen die werden ingediend zonder bemiddeling van een vennootschap voor oorlogsschade (zie B, art. 2).


SELECTIE VAN RELEVANTE ARTIKELS:
A)  Koninklijk besluit op de voorschotten voor oorlogsschade van 11/07/1919
Art. 1: Het Beheer van de Thesaurie en van de Openbare Schuld mag, in plaats van het voorschot erkend door de Minister van Staathuishoudkundige Zaken en op zijn vordering, een titel op naam uitgeven en afleveren, die de schuldvordering van de rechthebbende ten laste van de Schatkist vaststelt en de voor de uitkering bepaalde tijd aanduidt.
Art. 2: Voor elke uitkering wordt een aparte titel opgemaakt, waarbij de wederbelegging wordt voorzien.
Art. 3: Het bedrag van de titel brengt een interest op van 5 %, te rekenen vanaf 1 januari 1920.
Art. 4: De Ministers van Financiën en Staathuishoudkundige Zaken zijn belast met de uitvoering van dit besluit.

B)  Koninklijk besluit op de voorschotten voor oorlogsschade van 12/07/1919
Art. 1: Er kunnen aan de geteisterden voorschotten worden toegestaan vertegenwoordigd door titels op naam. Het maximumbedrag van deze voorschotten is bepaald op 70 % van de waarde van het vernielde goed op 1 augustus 1914.
Deze voorschotten worden uitsluitend verleend door bemiddeling van de door de Minister van Staathuishoudkundige Zaken aangenomen samenwerkende vennootschappen.
Art. 2: Artikel 6 van het koninklijk besluit van 9 april 1919 zal voortaan alleen van toepassing zijn op de aanvragen voor voorschotten buiten bemiddeling van een door de Minister aangenomen samenwerkende vennootschap.
Art. 3: De Minister van Staathuishoudkundige Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.