Het Gekwetste Gewest

STUKKEN
ACTOREN
WETGEVING
ARCHIEFSCHEMA

situering
partners
ruimerproject
methodologie
bibliografie
contact
08-04-1919
Aanneming van de gemeenten

'Wet nopens de nationale aanneming der gemeenten en het herstel der verwoeste gewesten' - Belgisch Staatsblad, 22-23/04/1919, blz. 1657-1659

SITUERING:
Deze wet legde het systeem vast van de aanneming of adoptie door de staat van gemeenten die de wederopbouw financieel en organisatorisch moeilijk konden bolwerken. De aangenomen gemeenten werden gegroepeerd in gewesten. Elk gewest stond onder leiding van een Hoog Koninklijke Commissaris, die werd bijgestaan door een of meerdere Toegevoegde Hoog Koninklijke Commissarissen (zie art. 2).
De Hoog Koninklijke Commissaris nam de bevoegdheden over die in normale omstandigheden toekwamen aan de bestendige deputatie van de provincieraad en de gouverneur, behalve wat te maken had met militie, verkiezingen en belastingen (zie art. 3). Ze voorzagen geld voor het herstel van het openbaar domein en de openbare diensten in ruil voor een vergaande beslissingsmacht over de uitgaven die de gemeente in dat kader deed. Daarnaast verleenden ze bijkomende toelagen eens de herstellingswerken aan de gang waren (zie art. 4).
Aangenomen gemeenten waren verplicht om een algemeen rooilijnplan, een algemeen plan van aanleg en een algemeen politiereglement met betrekking tot het bouwen op te maken, die de goedkeuring moesten hebben van de Hoog Koninklijke Commissaris (zie art. 5).
In elk gewest was een interministeriële raad actief waarin ambtenaren van de ministeries en van de provinciale technische dienst zetelden. Zij stonden de Hoog Koninklijke Commissaris bij, onder meer in zijn communicatie over de heropbouw met gemeenten en  particulieren. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Natuurschoon, de Bond der Steden en Gemeenten en de Commissie ter Verfraaiing van het Landelijk Leven vaardigden elk een raadgever af naar de vergaderingen (zie art. 10).
In elke aangenomen gemeente kon een Raadgevend Comiteit actief zijn dat de Hoog Koninklijke Commissaris advies verleende over kwesties in verband met de wederopbouw (zie art. 11).
Na een jaar kon een gemeente de aanneming laten stopzetten op advies van de bestendige deputatie. Ook de koning kon op elk moment de aanneming intrekken. (zie art. 1 en art. 15)
De uitvoering van deze wet werd mogelijk gemaakt door de oprichting van de Dienst der Verwoeste Gewesten, voorzien in het besluit van 9/04/1919.
Door deze wet verviel voor de aangenomen gemeenten de besluitwet van 25/08/1915, met uitzondering van het artikel over de onteigening van algemeen nut (zie art. 14).


SELECTIE VAN RELEVANTE ARTIKELS:
Art. 1: De Koning kan, op aanvraag van de gemeenteraad of de provinciegouverneur, en na de bestendige deputatie van de provincieraad te hebben gehoord, de gemeenten die door de verwoestingen van de oorlog zwaar beproefd werden, in naam van de natie aannemen. Onder dezelfde voorwaarden kan hij de aanneming intrekken.

Art. 2: De door de natie aangenomen gemeenten kunnen (…) per gewest gegroepeerd worden. Elk gewest staat onder het gezag van een hoge koninklijke commissaris. Die wordt, naargelang het belang van de gewestelijke groep, bijgestaan door een of meer toegevoegden, aan wie hij bij afwezigheid of belet zijn bevoegdheden overdraagt. De hoge koninklijke commissaris en de toegevoegden worden door de Koning benoemd en uit hun ambt ontzet.
Zij oefenen hun ambt uit onder leiding van de Minister van Binnenlandse Zaken.

Art. 3: Behalve wat betreft militie, kieszaken en fiscale rechtsmacht oefent de hoge koninklijke commissaris dezelfde rechten in gemeentezaken uit als die door de wet toegekend aan de bestendige deputatie van de provincieraad, de provinciegouverneur en de Koning.
Zijn beslissingen worden aan de bestendige deputatie en het college van burgemeester en schepenen betekend. Ze zijn van rechtswege uitvoerbaar, tenzij een beraadslaging van de gemeenteraad ze binnen de tien dagen na de betekening van de goedkeuring van de Koning afhankelijk maakt.
(…)

Art. 4: De aanneming brengt voor de staat de verplichting mee te voorzien in de uitgaven voor herstelling van het domein en de openbare diensten van de gemeente, in de verplichte uitgaven die de gemeente door de omstandigheden geheel of gedeeltelijk niet kan bestrijden, en in de niet verplichte uitgaven waarvan de uittrekking op de gemeentebegroting door de hoge koninklijke commissaris werd aangenomen.
Wat de herstelling van het domein en de openbare diensten betreft, kan de hoge koninklijke commissaris in naam van de staat optreden in de plaats van de gemeente, indien hij (…) vaststelt dat de gemeente in de onmogelijkheid verkeert om zelf te handelen. In dat geval treedt de staat op in al de rechten en verplichtingen die de gemeente heeft tegenover aannemers, vergunninghouders of andere belanghebbenden.
De hoge koninklijke commissaris kan ook toelagen verlenen aan de gemeente, zodat die in staat is de uitvoering van de werken voort te zetten, met eigen middelen of door middel van schenkingen die men haar zou doen.

Art. 5: De aanneming brengt voor de gemeente de verplichting mee een algemeen rooiingsplan en een algemeen plan van aanleg vast te stellen, en ook een algemeen politiereglement op de gebouwen te maken, dat niet alleen de veiligheid en de gezondheid van de gebouwen vrijwaart, maar ook hun kunstkarakter, als daar reden toe is.
De plannen en het reglement zijn onderworpen aan de goedkeuring van de hoge koninklijke commissaris. Hij kan ze indien nodig terugzenden naar de gemeenteraad voor wijzigingen. Als de gemeenteraad binnen de veertig dagen niet aan het verzoek van de hoge koninklijke commissaris voldoet, dan treedt die in zijn plaats op.
Elke gehele of gedeeltelijke bouwing of herbouwing die in de aangenomen gemeente voltrokken wordt in strijd met de in paragraaf 1 bedoelde voorschriften, is strafbaar met de straffen bepaald in artikel 19 van de wet van 1 februari 1844.
Onverminderd de straf schrijft de rechtbank de herstelling van de overtreding voor, als de hoge koninklijke commissaris dat aanvraagt, en veroordeelt de overtreders tot het herstellen van de zaken in hun vroegere staat door het afbreken, vernietigen of wegnemen van de uitgevoerde werken die in strijd zijn met de wet. De belanghebbende kan echter, als hij dat verkiest, de door de machtiging gestelde voorwaarden uitvoeren.
De overtredingen van [de] voorschriften in paragraaf 1 worden (…) vastgesteld door de (…) plaatselijke politie en door de (…) ambtenaren en agenten belast met het beheer en de politie van de wegen.

Art. 6: Na de betrokken gemeenteraad te hebben gehoord, beschikt de hoge koninklijke commissaris over de kredieten die hem door de Minister van Binnenlandse Zaken ter beschikking worden gesteld op de begroting van de verwoeste gewesten, en ook over alle andere gelden die hem ter beschikking worden gesteld.

Art. 7 – 8

Art. 9: De burgemeester en de hoge koninklijke commissaris hebben het recht om in naam van de gemeente en de staat de gewone bouwmaterialen afkomstig van door de oorlog beschadigde vaste goederen op te vorderen (…).

Art. 10: In elke gewestelijke groep wordt een interministeriële raad ingesteld. De leden ervan worden onder de ambtenaren van de bevoegde ministeries en van de provinciale technische diensten aangewezen. Een lid van de koninklijke commissie voor monumenten en natuurschoon, een lid van de bond der steden en gemeenten en een lid van de commissie tot verfraaiing van het landelijk leven wonen de vergaderingen van de raad als raadgevers bij. (…)
De raad is gelast de hoge koninklijke commissaris bij te staan en de gemeenten en de particulieren in te lichten over al wat het herstellen van de gewesten aangaat. Daartoe kan hij (…) de medewerking vorderen van de ambtenaren die in de provincie afhangen van de ministeries die hij vertegenwoordigt.

Art. 11: In elke aangenomen gemeente kan een plaatselijk raadgevend comiteit ingesteld worden. De leden ervan, drie tot negen naargelang het belang van de gemeente, worden benoemd door het college van burgemeester en schepenen. (…)
Dit comiteit brengt zijn advies uit over al de vraagstukken in verband met het herbouwen.

Art. 12 – 13

Art. 14: De besluitwet van 25 augustus 1915 over de heropbouw van de verwoeste Belgische gemeenten is niet van toepassing op de aangenomen gemeenten, behalve wat in artikel 4 staat over de onteigening van algemeen nut.

Art. 15: Na verloop van een jaar zijn de gemeenten bevoegd om van de aanneming af te zien op eensluidend advies van de bestendige deputatie.

Art. 16

Ondertekend door:
Koning Albert
Minister van Binnenlandse Zaken Ch. de Broqueville
Minister van Justitie E. Vandervelde