Het Gekwetste Gewest

STUKKEN
ACTOREN
WETGEVING
ARCHIEFSCHEMA

situering
partners
ruimerproject
methodologie
bibliografie
contact
14-08-1922
Rijkspremie ter bevordering van het bouwen van goedkope woningen

'Koninkijk besluit van 14 augustus 1922, waarbij een Rijkspremie wordt ingesteld, ter bevordering van het bouwen van goedkope woningen door bijzondere personen' - Belgisch Staatsblad, 20/08/1922, blz. 5894-5900 

SITUERING: 
Dit besluit voorzag in een premie voor de tienduizend eerste aanvragers met een laag inkomen voor het bouwen van een goedkope woning, om zo aan de heersende woningnood te verhelpen (zie Voordracht aan de Koning, blz. 5894 - 5895). Ze werd verleend door het Ministerie van Nijverheid en Arbeid.
Om in aanmerking te komen voor deze premie, mocht je niet in een aangenomen gemeente wonen op 1/01/1922. Je mocht ook geen oorlogsschadevergoeding hebben ontvangen of er recht op hebben. (zie art. 8, d en e) De premie mocht alleen dienen om de laatste schijf van de kosten te betalen en werd pas uitbetaald na de oplevering (zie art. 19).
Voor de uitvoering van dit besluit was een belangrijke rol weggelegd voor de volkswoning- en voorzorgscomités die al sinds 1889 functioneerden. Deze comités zagen erop toe dat voldaan werd aan de vereisten op het vlak van ‘schoonheid, gezondheid en bewoonbaarheid’, zoals vastgesteld in het reglement van de Minister. Ze keurden de bouwplannen goed, tenzij de woning gebouwd werd door een door de Algemene Spaar- en Lijfrentekas (ASLK) aangenomen maatschappij, en ze controleerden of de aanvrager het huis tien jaar lang alleen gebruikte om in te wonen met zijn gezin. (zie art. 10, 12 – 13, 16 en 21) Naast een bouwmaatschappij van de ASLK kon het huis ook gebouwd worden door een zelfstandige aannemer of op eigen initiatief (zie art. 20 en 21).
Dit premiestelsel stond los van de werking van de Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen, die al bestond sinds 11/10/1919.


SELECTIE VAN RELEVANTE ARTIKELS:
Art. 1: Om het bouwen van goedkope woningen door particulieren te bevorderen, wordt aan de eerste tienduizend personen, die onder de volgende voorwaarden voor eigen gebruik een goedkope woning bouwen, […] een premie verleend.

TITEL I: Premiebedrag

Art. 2: De premies worden in drie categorieën ingedeeld en als volgt vastgesteld:
1e categorie: voor de huizen opgebouwd in gemeenten van minstens 60 000 inwoners, op 3000 frank
2de categorie: voor de huizen opgebouwd in gemeenten van 15 000 tot hoogstens 59 999 inwoners, op 2500 frank
3de categorie: voor de huizen opgebouwd in gemeenten van minder dan 15 000 inwoners, op 2000 frank
(…)

Art. 3: Om in aanmerking te komen voor de premie mag:
a) de bouw van het huis niet meer kosten dan 25 000 frank in de gemeenten van de 1e categorie, 20 000 frank voor de 2de categorie en 18 000 frank voor de 3de categorie
b) de waarde van de bouwgrond niet groter zijn dan 1/5de van de bouwkosten. (…)

Art. 4: In geen geval mag het bedrag van de premie een vierde van de bouwkosten van de woning overschrijden.

TITEL II: Premiegerechtigden

Art. 5: Om in aanmerking te komen voor de premie is het nodig:
1) dat men Belg is
2) dat men sinds 31 december 1920 in België verblijft
3) dat men niet over gezinsinkomsten beschikt (…) hoger dan 5250 frank in gemeenten van minder dan 5000 inwoners, hoger dan 6000 frank in gemeenten van 5000 en minder dan 15 000 inwoners, hoger dan 6750 frank in gemeenten van 15 000 en minder dan 30 000 inwoners, hoger dan 7500 frank in gemeenten van 30 000 en minder dan 60 000 inwoners, hoger dan 9000 frank in gemeenten van 60 000 inwoners en meer.
(…)

Art. 6 – 7

Art. 8: Komen niet in aanmerking voor de premie:
a) Personen die werden veroordeeld wegens verstandhouding of handel met de vijand
b) Personen die al eigenaar zijn van een woning
c) Personen die, tenzij door overmacht, sinds de wapenstilstand de woning waarvan ze eigenaar waren, hebben verkocht
d) Personen die op 1 januari 1922 in een aangenomen gemeente woonden
e) Personen die een oorlogsschadevergoeding hebben getrokken voor hun vernielde woning, of er recht op hebben
f) Personen die ongehuwd zijn, of gescheiden zonder afstammelingen ten laste
g) (…)
h) (…)

TITEL III: Vereisten omtrent de woning

Art. 9: Tenzij bij overmacht, moet het huis binnen de vijftien maanden gebouwd zijn. Die termijn vangt aan op de dag dat de goedkeuring van de plannen bekendgemaakt wordt.

Art. 10: De huizen mogen uitsluitend als woning dienen en enkel door het gezin van de genieter van de premie worden bewoond. Optrekken en zomerhuizen komen niet in aanmerking.
(…)

Art. 11: De woningen mogen dertig jaar lang niet als drankhuizen worden gebruikt.

Art. 12: Tenzij bij overmacht mogen de woningen tien jaar lang voor niets anders worden gebruikt en ook niet worden verkocht.

Art. 13: De gelastigde van de regering of van de volkswoning- en voorzorgscomités, opgericht bij wet van 9 augustus 1889, moet van de genieter van de premie de mogelijkheid krijgen om het huis te onderzoeken om zich ervan te vergewissen dat de voorschriften van artikels 10, 11 en 12 niet worden overtreden.
De volkswoning- en voorzorgscomités moeten de inbreuken op de bepalingen van bovenvermelde artikels nagaan.
(…)

Art. 14 – 15

Art. 16: De vereisten waaraan de woningen moeten beantwoorden op het vlak van schoonheid, gezondheid en bewoonbaarheid zullen worden vastgesteld in een door de Minister van Nijverheid en Arbeid goedgekeurd reglement.
Telkens wanneer de premiegerechtigde zich aanmeldt bij een maatschappij die met de Algemene Spaar- en Lijfrentekas in verband staat, hetzij voor een voorschot, hetzij voor de opbouw van zijn woning, moet het plan en de beschrijving van de woning in esthetisch en technisch opzicht vooraf door die maatschappij worden goedgekeurd. In de andere gevallen worden de plannen goedgekeurd door de volkswoning- en voorzorgscomités.
(…)

TITEL IV: Indiening der aanvraag

Art. 17: De aanvraag moet per aangetekende brief worden ingediend bij het Ministerie van Nijverheid en Arbeid, Maatschappelijk Verzekerings- en Voorzorgswezen, 2de afdeling.
De belanghebbende krijgt bericht van de ontvangst van zijn aanvraag.
Hij moet de juiste plaats opgeven waar hij wil bouwen en zo nodig bewijzen dat hij het recht heeft of zal hebben om er een woning te zetten.

Art. 18:
(…)
De aanvrager moet ook voorleggen:
1) een nationaliteitsbewijs
2) een getuigschrift van goed gedrag
3) een getuigschrift van de controleur van de belastingen (…)
4) een verklaring van het gemeentebestuur over de samenstelling van het gezin
5) alle andere documenten die nodig zijn om te kunnen beoordelen of de belanghebbende aan de voorwaarden voldoet
De getuigschriften voorzien in 3) en 4) moeten worden opgemaakt op de officiële formulieren.

TITEL V: Formaliteiten omtrent de betaalbaarstelling der premie

Art. 19: De premie mag enkel dienen om de laatste betaling te doen die voor de bouwkosten verschuldigd blijft. Ze wordt pas betaald nadat de werken voorgoed zijn [opgeleverd].

Art. 20: De premie wordt betaald door de Minister van Financiën op voordracht van de Minister van Nijverheid en Arbeid:
a) aan de door de Algemene Spaar- en Lijfrentekas aangenomen maatschappij waartoe de belanghebbende zijn toevlucht zocht
b) aan de aannemer waaraan de belanghebbende het bouwen van zijn woning toevertrouwde met een contract van algemene aanneming. In dat geval moet de eigenaar vooraf toestemming verlenen.
c) in alle andere gevallen aan de premiegerechtigde

Art. 21: De premie wordt in één keer betaald.
Ze wordt pas betaald na vertoon van een getuigschrift waaruit blijkt dat de eigenaar van de woning al zijn verplichtingen is nagekomen.
In geval a) van artikel 20 moet dat getuigschrift worden voorgelegd door de aangenomen maatschappij.
In geval b) door de algemene aannemer
In geval c) moet de eigenaar zelf bewijzen dat hij alle betalingen heeft gedaan waartoe hij zich verbond om zijn woning te bouwen
Anderzijds moeten de volkswoning- en voorzorgscomités verzekeren dat het gebouw aan de vereisten beantwoordt. Ze moeten ook de waarde van het gebouw schatten en nagaan of de woningen zijn verzekerd tegen brand.

Art. 23: De getuigschriften van de volkswoning- en voorzorgscomités zoals in artikel 22 voorzien, moeten worden ingediend binnen de dertig dagen nadat ze de aanvraag van de eigenaar ontvingen.
(…)

TITEL VI: Speciale bepalingen

Art. 23 – 24

Art. 25: De Eerste Minister, de Minister van Financiën en de Minister van Nijverheid en Arbeid zijn belast met de uitvoering van dit besluit.